vliegtuig


 
V.l.n.r. Henk van der Heiden, Gerrit 't Lam, dhr. Alink
 
De 19-jarige Henk van der Heiden uit Almelo wilde graag leren vliegen, maar had daar geen geld voor. Daarom bedacht hij in 1932 om zelf een vliegtuig te bouwen. Hij vroeg zijn neef Gerrit 't Lam, die bij wagenmaker Langenhof werkte, om hem te helpen. Boven de werkplaats konden de twee neven de onderdelen van het vliegtuig maken. Zo werd de propeller gemaakt van essenhout.
Met paard en wagen werden de onderdelen vervoerd naar de boerderij van de familie Vlogtman in het Wierdense Veld (Schietbaanweg). Hier werden ze in elkaar gezet.
Onder toeziend oog van de familie en wat belangstellenden bleek de vliegdemonstratie geen succes. Er werd alleen rond gereden op propellerkracht. Met veel geronk was er af en toe een sprongetje van enkele centimeters.
Goede vriend Alink hielp met het inzamelen van geld voor een sterkere motor, b.v. een 4 cilinder Hendersonmotor. Zo was het vliegtuig tegen betaling van een stuiver te zien bij wagenmaker Langenhof. Het bekijken leverde nauwelijks iets op. Het vliegtuig werd uiteindelijk bij Vlogtman afgebroken.
 
***

Over dit vliegtuigavontuur publiceerde Het Twentsch Zondagsblad in januari 1933 een gedicht van Johanna F. van Buren.
 
An den klooken jongen in Almelo

Jongen vleegmesienenmaker,
Almeloschen knusselder,
Iej zint verig met de hane,
Iej zint ginnen fusselder,
Iej hebt deurzich in de dinge,
Iej hebt wisse ’n good verstaand,
Iej zint ene, den alleent kan,
Loopt neet an d’n leidebaand,
Zölf mos iej de weg oew zeuken,
Want van zulks hej neet eleerd.
Mangs is in een book esnuffeld,
Zölf mar wieder prakkezeerd.
Doorum’ is ’t zoovöl te mooier,
Noej gin hulpe hebt ehad.
Iej zint ’t Twentelaand tot ere,
En oew’ Almelosche stad.
Al oew’ vrieje zetties gaf iej,
Al oew’ centen offern iej.
Wat nen mood um vol te hoalen,
Wat nen hoop geduld heb iej.
Haj ’t mesientien al an ’t tukkern,
En de raechies van de grond?
‘k Hoppe, det ’t neet lange duurt, of
Iej vleegt boaven Twente rond,
Det den haandel met de prenties
Good geet en de centen komt
En de veercilindermotor
Binnen oew’ mesiene bromt.
Wat zal ’t mooi wèèn, as oew vader
En oew moo te kieken stoat,
Aj in d’ eigene mesiene
Oaver ’t huus te vlegen goat.


Johanna F. van Buren
januari 1933

 
 
Leu met centen miej duch,
det dissen jongen weerd is dej um nen poswisseltien stuurt,
det um de weg noa de veercilindermotor neet al te lank wödt.
 
 
 ***


Publicaties
 


 
Uit: WederAardigheden nr 42 | magazine Historische Kring Wederden
 




 Uit: TCTubantia 9 november 2011